KRISTOF VLIEGEN

Ik, Kristof Vliegen, hoe ben ik in de tenniswereld beland en hoe is alles voor mij begonnen.

Op vierjarige leeftijd nam ik voor het eerst een tennisraket vast, het was in de kleuterklas van mijn school in mijn geboortedorp, Maaseik (Limburg) . Al heel snel had ik de smaak te pakken en mijn toenmalige juffrouw nam me destijds mee naar huis om op woensdag namiddag wat balletjes te gaan slaan met haar. Dit gebeurde bijna wekelijks, al snel kwam de competitie in mij op en toernooien spelen was de volgende stap.

Daar werd ik bekeken zonder het te weten door trainers die voor de provincie Limburg verantwoordelijk waren voor het bij elkaar brengen van de « beste » spelers van elke categorie. Ik werd geselecteerd om de zo gehete gewestelijke vtv trainingen te gaan volgen in Genk en dit een paar keer per week. Maar dat was voor mij nog niet genoeg, de ambitie was om ooit de top 100 te halen bij de mannen: een kinderdroom die later zou gaan uitkomen.

Op mijn twaalfde ging ik naar de Vlaamse tennisschool in Wilrijk, mijn ouders wilden niet dat ik het jaar ervoor al ging toen ik de uitnodiging gekregen had, op je twaalfde op internaat gaan uit vrije wil van maandag tot en met vrijdag avond zegt genoeg over de ambitie die ik had. Toen ik twaalf was werd ik voor de eerste keer Belgisch kampioen.

Uit die periode onthoud ik vooral het junioren circuit met leuke resultaten als gevolg. Kwartfinale spelen in Roland Garros en Wimbledon waren supermomenten. Schitteren op pleinen die ik alleen nog maar op televisie had gezien gaf me een extra motivatie voor de toekomst. Een kleine droom die al uitkwam. De kers op de taart was het behalen van de Wimbledon titel in het dubbelspel, toen was ik achttien jaar. Door deze mooie resultaten mocht ik naar de Europese kampioenschappen in Klosters: wederom was de kwartfinale het eindstation. Uiteindelijk werd ik op het einde van het jaar 2000 gelauwerd als ‘belofte van het jaar’.

Het echte werk moest nog wel beginnen, ik besliste om te gaan trainen in het Brusselse, daar kon ik immers met betere spelers trainen en zo hoopte ik snel op de ranking te stijgen! Ik ging toen op mijn eigen wonen in Waver. Deze verhuis vergemakkelijkte ook het reizen, ik woonde al dichter bij de luchthaven voor internationale competities.

Na 2 jaar gespeeld te hebben in de kleinere « Futures en challenger toernooien », was mijn ranking goed genoeg om voor de eerste keer naar Australie te vliegen. Ik was toen twintig jaar en mocht voor de Australian Open spelen. Een voorbereidingstoernooi ging hieraan vooraf, ik geraakte per direct vanuit de kwalificaties in de finale: ik was op dat moment heel dichtbij mijn eerste doel: de Top 100!

Kristof Vliegen ATP 30 2006

coupe davis kristof vliegen

Vanaf dat moment was de trein vertrokken, met vallen en opstaan, overwinningen en pijnlijke nederlagen. De Davis Cup werd ineens ook een doelstelling. De kleuren van je land verdedigen kan je moeilijk onder woorden brengen, maar het gevoel dat je krijgt bij het horen van het volkslied is onbeschrijfelijk: kippenvel is het woord dat in me opkomt! Daar heb ik ook beseft dat als je wilt, je alles kan bereiken. In 2005 versloeg ik Novak djokovic en 2007 Lleyton Hewitt: 2 iconen van de tennissport met hun eigen ongelooflijke palmares.

Het jaar 2006 was mijn echte topjaar, ik werd dat jaar vierentwintig. Daarin boekte ik de meeste successen met als gevolg mijn beste ranking: 30 ATP. Ineens was ik reekshoofd in de Grand Slams, opnieuw een mijlpaal in mijn leven.

De sportieve miserie begon in 2009, ik was toen zevenentwintig. Blessures kwamen vaker en vaker voor met als gevolg dat ik ben moeten stoppen met mijn droomleven in 2011.  Een hele harde klap want de beste jaren lagen nog voor mij. Mijn droom was over, twintig jaar had ik heel veel laten vallen om te kunnen leven van mijn sport. Het mooiste wat er is, van je hobby je werk maken, dit was opeens allemaal weg. Ik heb mij een paar maanden afgezonderd van de buitenwereld om dit te kunnen verwerken.

Gelukkig kreeg ik snel wat mogelijkheden om aan de slag te gaan als trainer/coach. Toen ik zelf nog speelde was ik altijd al wel wat bezig met jonge talenten op te sporen en keek ik vanop afstand mee naar hun evolutie.

De voorbije 5 jaar heb ik gewerkt met een paar superkerels: Sam Barry: Ierse jongen die zijn beste ranking behaalde toen hij bij mij trainde.

Vooral de relatie met de jongens Griekspoor zullen me altijd bijblijven, ik ben dan ook fier dat deze 2 het geschopt hebben tot Davis Cup-spelers van Nederland. Ondertussen heb ik ook gewerkt met Joris de Loore en Arthur de Greef: allebei jongens die onze 3 kleur verdedigd hebben.

Nu is het tijd om mijn ervaringen als speler en als trainer door te geven aan de jeugd en de professionele spelers die net dezelfde droom hebben die ik had.